Menu Content/Inhalt
Home arrow Getuigenissen
Getuigenissen
We plukken een aantal extra getuigenissen uit het boekje Het leven zoals het is, of een klein woordenboekje van mensen zonder papieren, een uitgave van Bond zonder Naam en CeMIS (Centrum voor Migratie en Interculturele Studies).
De brochure kost 3 euro inclusief verzendingskosten. Om een brochure te bestellen: mail je naam, adres en gewenst aantal brochures naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken


‘Soms heb ik thuis niets te eten. Dan zit ik daar en hoop op betere tijden. Soms brengen vrienden dan eten van hun thuis naar mij. Zij hebben ook geen papieren en hebben zelf niks teveel. Toch delen ze met mij. Dat vind ik ongelooflijk.’ (Enchataran uit Mongolië)

‘Ik leef dankzij de solidariteit tussen vrienden. Weet je, bij Afrikanen is er een voedselsolidariteit.’
(Horus uit Congo)

‘Op een dag was ik ziek. Ik ging naar het OCMW voor een attest. Daarna naar de dokter. Die gaf me een voorschrift voor medicatie. Dan moest ik terug naar het OCMW voor een stempel. Met dit voorschrift ging ik dan naar de apotheker. Het medicament kostte 23 euro. Dat geld had ik niet. Ik ging terug naar huis en wachtte tot de ziekte over was…’ (Ahmad uit Marokko)

‘Wanneer ik naar de dokter ga en ik toon mijn attest voor dringende medische hulp, dan handelt hij vlug de consultatie af. Zo zei eens iemand ‘wij werken voor jullie en jullie krijgen alles gratis’. Ik voelde me gekwetst en beschaamd. Alsof ik zelf de schuld heb aan heel die situatie. Ik voel me dan moedeloos en terneergeslagen.’ (Hershko uit Bosnië)

‘Ik heb contacten met het OCMW voor dringende medische hulp. Maar ik voel steeds dat wantrouwen bij hen. Men is dan onvriendelijk. Alsof ik steeds van hen zou profiteren. Maar ik wil alleen een beetje geholpen worden…’ (Meri uit Armenië)

‘Al het zwartwerk is steeds handenarbeid. Er is geen bediendenwerk bij. Het gaat om seizoensarbeid zoals fruitpluk of in de horeca. Het is altijd zwaar werk. Er is ook veel concurrentie. Dan doe je iets van je prijs af. Bijvoorbeeld bieden ze werk aan voor 6 euro per uur. Je zegt dan ‘ik doe het voor 5 euro’, want je hebt dat geld nodig.’ (Ismail uit Turkije)

‘Ik werk in een restaurant: elke dag 13 uur voor 35 euro. Dat is niet veel. Mensen weten dat je geen papieren hebt en vaak maken ze daar misbruik van. Soms vechten we voor het weinige werk dat er te vinden is. Maar het is dat of niks.’ (Vincente uit Angola)

‘Ik werk bij een landgenoot van me. Ik poets, soms veertien uur per dag. Ik krijg tussen de 1 en 2 euro per uur. Ik weet dat het uitbuiting is, we werken als slaven, maar ik ga mijn baas niet verraden. Beter hard werken dan sterven.’ 
(Nitri uit Nepal)

‘We zijn actieve werkers. We werken hard om te overleven en we krijgen weinig hulp van buitenaf. De regering weet dat we goedkope werkkrachten zijn met weinig rechten. Wanneer we niet meer nodig zijn, worden we teruggestuurd.’ (Jabilo uit Nigeria)

‘Mijn dochter gaat naar de universiteit. Ze heeft geen papieren. Ze hebben haar wel ingeschreven, maar we krijgen geen steun van het ministerie. De universiteit vraagt steeds naar papieren. Kinderen zonder papieren geraken daar dan niet binnen.’ (Vasgen uit Armenië)

‘De Nederlandse taal leren is niet gemakkelijk. Je kunt zo moeilijk leren als je je voortdurend zorgen maakt over de dag van morgen. Ik moet ook inschrijvingsgeld betalen en heb zelfs al te weinig om elke dag te eten. Soms vraag ik me ook af waarom ik het zou doen: straks pakt men me op en moet ik toch terug…’ (Misha uit Rusland)

‘Ik heb gewoon andere dingen aan mijn kop: dat mijn vader terug wordt gebracht en dat ze ons ook zouden kunnen terugbrengen. Op zo’n moment geef je niets meer om school.’
(Uit ‘Heen & retour: kinderrechten op de vlucht’)