|
“Ik kon op proef beginnen bij een aannemer. Ik kreeg geen loon, maar kon in zijn kelder overnachten. Heel zwaar werk, maar de baas was tevreden. Na drie maanden verlengde hij mijn proeftijd met nog eens drie maanden ‘om zeker te zijn van mijn kunnen’. Na zes maanden zette hij me op straat, omdat hij ‘iemand beter had gevonden’. Ik heb nooit een cent gezien. En ik heb nog altijd last van mijn rug nadat ik daar van een stelling ben gevallen.” Nitra, Nepalees zonder papieren Ja! Mensen zonder papieren op de werkvloer moeten beschermd worden. Zelfs al werk je in het zwart, heb je een aantal wettelijke rechten. Een minimumloon, een veilige werkomgeving, menselijke werkomstandigheden, en uitbuiting kunnen niet door de beugel. >> Teken hier onze petitie voor basisrechten voor mensen zonder papieren.
Mensen zonder papieren mogen niet werken. Als ze hier willen overleven, moeten ze dus op andere manieren aan geld geraken: af en toe iets van vrienden of liefdadigheid krijgen, of zwartwerk. Hoewel zwartwerk officieel verboden is, hebben zwartwerkers toch dezelfde arbeidsrechten als iemand die zijn inkomsten aan de belastingen aangeeft. Die arbeidsrechten zijn: recht op een minimumloon (7,50 euro per uur), een veilige werkomgeving, vergoeding bij een arbeidsongeval, menselijke arbeidstijden, het recht om niet zomaar ontslagen te worden… Omdat deze wettelijke rechten ook gelden voor mensen zonder papieren hebben de vakbonden ABVV en ACV hun deuren opengezet voor deze doelgroep. Mensen zonder papieren kunnen dus bij een vakbond terecht als hun arbeidsrechten geschonden worden.
Maar in de praktijk blijven deze rechten dode letter. Veel werkende mensen zonder papieren zijn niet op de hoogte van hun rechten, weten niet dat ze bij de vakbond terecht kunnen, of er zijn te weinig bewijsstukken van het zwartwerk om een klacht hard te maken... Soms zijn mensen wel op de hoogte van hun rechten, maar durven ze hun baas niet aangeven uit angst hun werk te verliezen. Beter slecht betaald werk dan geen werk.
Mensen kunnen met een klacht op de arbeidsvloer ook terecht bij de sociale inspectie. Maar als deze inspecteurs de klacht komen onderzoeken en mensen zonder papieren op de werkplek aantreffen, zijn ze verplicht deze mensen door te geven aan de politie. Daardoor durven weinig mensen een klacht indienen. Als de sociale inspectie onverwacht binnenvalt op een werkplek, kunnen ze in principe alleen de werkgever straffen die mensen zonder papieren in het zwart tewerkstelt. Maar vaak gebeuren deze acties samen met de politie die mensen wel kan oppakken en het land uitzetten. Zo worden mensen dubbel gestraft: eerst uitgebuit en dan teruggestuurd.
Uitbuiting is eerder regel dan uitzondering. Omdat mensen zonder papieren moeilijk hun rechten kunnen laten gelden en er weinig alternatieven zijn, moeten ze zich tevreden stellen met de jobs die ze krijgen. Dat zijn meestal jobs die Belgen niet willen omdat ze te zwaar zijn, te arbeidsintensief, of te slecht betaald door heel kleine winstmarges in de bouwsector, groente- en fruitteelt, horeca, poetsdiensten… Vaak gevaarlijke en vuile jobs. Omdat mensen zonder papieren moeilijk een andere job vinden, maken bazen vaak misbruik van hen: heel lage lonen (drie euro per uur is geen uitzondering) en lange werkdagen tot veertien uur per dag, vaak in ongezonde arbeidsomstandigheden. De jobs liggen ook niet voor het rapen: vaak dwalen mensen van het ene klusje naar het andere bij mensen thuis of een bedrijf. Dat kan omdat grote bedrijven een deel van hun taken (onderhoud, catering…) doorgeven aan onderaannemingen: kleinere, schimmige bedrijfjes die meestal aan controle ontsnappen en waar vaak mensen zonder papieren werken. Het grote bedrijf kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de onderaanneming. Grote delen van de Belgische economie zouden steunen op de goedkope arbeid én uitbuiting in die onderaannemingen.
|